Hoe werkt het?
Een IVF-behandeling bestaat uit verschillende fasen. Vóór de start van de eigenlijke behandeling wordt er al gestart met toediening van een LHRH-analoog. Dit is een hormoon dat inwerkt op de hormoonproductie van de hypofyse. Het onderdrukt de eigen hormoonactiviteit en verkleint te kans op storing bij de rijping van jouw eicellen. Toediening ervan gebeurt door een dagelijkse onderhuidse injectie of via een neusspray. Helaas zijn er ook bijwerkingen. Overgangsklachten zoals nachtelijk zweten, stemmingswisselingen en opvliegers komen voor. Gelukkig zijn deze klachten tijdelijk van aard. Na de behandeling verdwijnen ze. Je gebruikt deze hormonen zo’n twee tot drie weken. In die tijd wordt er aangeraden om met condoom te vrijen. In sommige gevallen zal de speciaist een anticonceptiepil voorschrijven. Dit is omdat het nog onduidelijk is of de gebruikte middelen schadelijk kunnen zijn voor het embryo als je onverwachts toch zwanger wordt.
De stimuleringsfase
De eerste fase van de eigenlijke behandeling wordt de stimuleringsfase genoemd. Je begint ermee nadat je een inwendige echo hebt gehad, waarbij gekeken wordt naar eventuele cystes in de eierstok. Zijn er cystes aanwezig, dan moeten deze eerst behandeld worden.
In een normale cyclus komt meestal slechts één eitje volledig tot rijping. In de stimuleringsfase wordt er door toediening van het follikel stimulerend hormoon (FSH, oftewel: gonadotrofinen) voor gezorgd dat meerdere eicellen gelijktijdig tot ontwikkeling komen. Je dient jezelf deze hormonen toe door een dagelijks onderhuidse injectie. Tijdens deze periode krijg je regelmatige echo’s om de groei en ontwikkeling van de follikels bij te houden. Ook de hormoonwaarden in je bloed en/of urine worden in de gaten gehouden. Als de follikels groot genoeg zijn (ongeveer 20 mm), wordt een ander hormoon, hCG, toegediend.
Deze injectie dient om de eirijping en het loslaten van de eicellen in de follikels te bevorderen. Door de stimulatie van de eierstokken is er overigens een klein risico (ca. 2%) dat je last krijgt van ovarieel hyperstimulatie syndroom (OHSS), ook wel overstimulatie genoemd. Buikpijn, misselijkheid en snelle gewichtstoename en toename van de buikomvang zijn hier symptomen van. Is dit bij jou het geval, neem dan altijd contact op met je specialist.
De punctie
Na de toediening van hCG wordt binnen 36 uur een punctie gedaan, de tweede fase van je IVF-behandeling. Wanneer er langer wordt gewacht kan het namelijk zijn dat de follikels al zijn gesprongen en de eitjes al op weg zijn naar de eileider, waardoor ze niet meer geoogst kunnen worden. Timing is dus essentieel in deze fase van de behandeling.
De punctie wordt uitgevoerd met hetzelfde echoapparaat als bij de eerdere controles, maar nu zit hier een naaldgeleider aan bevestigd. Met een holle naald prikt de IVF-arts door de vaginawand heen de rijpe follikels in de eierstokken aan. De follikels waarin de eicellen zich bevinden worden leeggezogen. Voor de punctie wordt meestal via een infuus pijnstilling toegediend en soms wordt ook de vaginawand plaatselijk verdoofd. Ondanks deze verdoving kan het aanprikken van de follikels pijnlijk zijn. Het is niet ongebruikelijk dat je nog een paar dagen last van een zeurende buikpijn hebt na de punctie. Er bestaat ook een klein risico op infectiegevaar tijdens de punctie en bij de terugplaatsing. De kans hierop is ongeveer 2%. Let daarom op of je na de punctie verhoging hebt. Ook is het mogelijk dat de arts tijdens de punctie een bloedvat raakt, waardoor een bloeding optreedt.
De laboratoriumfase
Direct na de punctie moet je partner aan de slag: hij moet zijn zaad afleveren. In het laboratorium wordt de kwaliteit van het zojuist geproduceerde zaad onmiddellijk onderzocht. Bovendien wordt er gekeken hoeveel eicellen de punctie heeft opgeleverd. Wanneer alles goed is, worden eicellen en zaadcellen bij elkaar gebracht en kunnen jullie lekker naar huis. De volgende dag wordt er gekeken of er celdeling op gang is gekomen. Als de bevruchting inderdaad gelukt is, worden jullie daar na één of twee dagen van op de hoogte gesteld.
ICSI
Heel soms komt het voor dat er geen bevruchting tot stand komt. Dit kan domme pech zijn, maar soms blijkt dit juist de verklaring van het vruchtbaarheidsprobleem. Als bij twee IVF-pogingen geen bevruchting is opgetreden kan je eventueelt voor een ICSI-behandeling kiezen. ICSI staat voor Intra Cytoplasmatische Sperma Injectie en is gelijk aan IVF, behalve dat bij de bevruchting in het laboratorium één zaadcel direct in de eicel wordt geïnjecteerd.
De terugplaatsing
De laatste fase van een IVF-behandeling is het terugplaatsen van de bevruchte eitjes. Dit gebeurt over het algemeen twee tot vijf dagen na de punctie. Er worden maximaal twee bevruchte embryo’s in de baarmoeder geplaatst met behulp van een kunststof slangetje; een canule. Dit is in de meeste gevallen pijnloos. Zijn er meer bevruchte eicellen, dan bestaat de mogelijkheid deze in te vriezen voor een volgende poging (cryopreservatie).
Na terugplaatsing krijg je weer injecties of vaginale tabletten met hCG, omdat je eigen hormoonhuishouding verstoord is. Zo wordt ervoor gezorgd dat het baarmoederslijm dik genoeg is voor het eitje om zich in te nestelen.
Let op: IVF is geen tovermiddel om zwanger te worden. Na 3 behandelen staat 50 % van alle stellen die op IVF of ICSI zijn aangewezen met lege handen.....
Maar natuurlijk gaan we hardstikke voor je duimen dat het jullie gegund is!!!
|