Vanmorgen onder de douche dropen de druppels van mijn lichaam het putje in.
Verwonderd keek ik hoe gemakkelijk de druppels verdwenen en werden afgevoerd.
Ging dit ook maar met verdriet. De kraan open zetten, je tranen laten stromen en dat bij de laatste snik het verdriet wordt weggespoeld.
Terwijl ik me dit bedacht realiseerde ik me dat ik al in tijden weinig tranen heb gelaten.
Zouden mijn tranen op zijn, zou het verdriet in mij in een woestijn zijn veranderd.
Of zou ik bang zijn dat bij elke traan de hoop die ik nog heb wordt weggespoeld. Dat ik door het binnen houden van mijn tranen de oase in mij blijf koesteren. Of houd ik mijn tranen binnen om anderen niet te overspoelen met mijn verdriet. Kan ik het niet aan om mijn naasten verdrietig te zien, kan het zo zijn dat ik bang ben dat met alle tranen tezamen het putje zal overstromen.
Dat ik iedereen moet redden terwijl ik zelf m’n hoofd net boven water kan houden.
Terwijl ik aan water dacht bleek de zon te schijnen.
Ik ging er op uit met de hond om heerlijk van de warmte en de zon te genieten.
Ik werd verblind door de zonnestralen en bedacht me dat er een tijd was dat ik ook zo straalde.
Dat ik over een eindeloze positieve straling beschikte waar ik zelfs anderen mee verwarmde en anderen liet stralen.
Met alle warmte die ik in me heb probeer ik het zonnetje voor anderen te zijn.
Maar in feite ben ik op dit moment gewoon een regenboog.
Een kameleon dat haar eigen kleur niet laat zien.
Waar is de zon in mij gebleven, waar zijn de echte stralen heen gegaan.
Zijn de stralen gebundeld in onzekerheid en worden ze weer vrij gelaten als de zekerheid gaat schijnen.
Is het de onzekerheid van het nu of nooit, wel of niet en hoe.
Of is het de angst. De angst dat we nooit van een wonder mogen gaan genieten.
Straal ik niet meer omdat ik bang ben dat het ongeluk brengt.
Of straal ik niet meer zoals voorheen omdat ik mezelf straf, straf omdat ik niet datgene aan mijn man, ouders en schoonouders kan geven waar zij zo naar uitkijken, waar zij zo naar verlangen.
Ik voel me gevangen.
Elk gevoel in mij wordt door een tralie omarmd.
Waarom krijg ik m’n gevoelens niet vrij, ik heb immers al eerder met hetzelfde bijltje gehakt.
Jaren geleden waren we al uitbehandeld, de ijzeren deur werd toen hard voor ons dichtgesmeten.
Totdat iemand vorig jaar die deur weer wagenwijd voor ons open deed.
Beleef ik de kansen en momenten van nu intenser dan toen. Of heb ik al mijn gevoelens van toen in een diepe kuil gestopt en volgeladen met cement. Is het cement nu gaan barsten en komen alle onverwerkte emoties er nu uit.
Ik klamp me vast aan het laatste lichtpuntje.
Dat ene lichtpuntje, die ene kans die voor ons de hemel in vuur en vlam zet.
Ik zal waken dat het lichtpuntje zal blijven branden totdat deze allerlaatste poging daadwerkelijk voorbij is.
Als daarna blijkt dat het lichtpuntje gedoofd word dan gaan we op zoek naar andere lichtpuntjes in ons leven.
Ook dit zal ons lukken, we hebben immers voor hetere vuren gestaan
Ik ben geen schrijver, ik ben geen filosoof, ik ben geen prater maar wat ik wel ben is iemand die dolgraag moeder wil worden.
Lieve groetjes

Door
voor jou!