In de eierstokken bevind zich het eiblaasje(follikel). Wanneer het follikel groot genoeg
is (meestal groter dan 20 mm), knapt het deel van de wand van het follikel dat naar de buikholte toegekeerd
is. Nu loopt de vloeistof waarmee het follikel gevuld is, samen met de vele cellen die in het
follikel lagen en vrouwelijk geslachtshormoon produceerden, naar buiten. Tussen al deze duizenden
cellen welke het milieu en de voedseltoevoer verzorgen, bevindt zich de eicel. De vrijgekomen eicel
zoekt vervolgens zijn weg via de eileider (waar de bevruchting plaats zou moeten vinden) naar de baarmoeder.
De vrijgekomen eicel
zoekt vervolgens zijn weg via de eileider naar de baarmoeder.